Connect with us

Nederland

Inheems activist Raki Ap vecht voor een plaats aan de klimaattafel – Down to Earth

Published

on

Raki Ap. Foto: Robert Elsing

Raki Ap is inheems activist voor mensenrechten en het klimaat. Als ambassadeur van zijn mensen, de papoea’s, vertelt hij iedere dag weer over het inheemse perspectief op klimaatverandering. Wanneer krijgen zij eindelijk een plaats aan de klimaattafel? Voor het boek Jongeren. Klimaat. Nu. tekende Down to Earth-redacteur Roos van Tongerloo zijn verhaal op.

“Mijn vader, Arnold Ap, was antropoloog, activist en muzikant. Hij vertelde van ons leven in West-Papua en schreef liederen over onze natuur en het verlangen naar vrijheid, die hij liet horen met zijn band Mambesak. Zijn boodschap stond de Indonesische kolonisten niet aan. Mijn vader werd uitgewist.

De Papoea’s huisvesten het op twee na grootste regenwoud ter wereld. Nergens anders vind je zo’n verscheidenheid aan flora en fauna. Maar ook ‘s werelds grootste goudmijn, de op een na grootste kopermijn, en enorme gasvelden in de bodem.

De Papoea’s waren een Nederlandse kolonie tot ze in 1962 aan Indonesië werden overgedragen. De belofte van vrijheid aan de inheemse volkeren is Nederland niet nagekomen: de dekolonisatie van West-Papoea (voormalig Nederlands Nieuw Guinea) is  onvolledig. De kolonist kreeg een ander gezicht. Multinationals verwoesten ons leefgebied, op zoek naar goud, koper, gas en palmolie. De winst gaat naar Jakarta. Papoea blijft achter met vernietigde natuur, verdwenen culturen, verwoeste ecosystemen en dode familieleden. Economische belangen overstemmen alle andere.

59 jaar na de overdracht is een derde van mijn volk vermoord. Mijn vader en 500.000 andere Papoea’s. In alle stilte.

Dit is mijn verhaal. Ik kan het je het uit eerste hand vertellen.

Na de moord op mijn vader, vluchtten mijn zwangere moeder en drie broers uit Papoea. Ik werd over de grens geboren en was 1 jaar toen ik in Nederland aankwam. Hier groeide ik op als straatjongen. Ik ging naar school, deed mijn ding en ging het leger in, op zoek naar structuur en stabiliteit. Als oud-militair laat ik zien dat ik me dienstbaar heb opgesteld tegenover Nederland. Met mijn tooi op laat ik zien dat ik een vluchteling ben uit Papoea. Als ambassadeur van mijn volk vertel ik over het inheemse perspectief op klimaatverandering.

Als ik vandaag de dag voor de klas sta om mijn verhaal te vertellen op middelbare scholen en universiteiten, hoor ik van zowel studenten als docenten dat ze nog nooit van dit inheemse perspectief hebben gehoord. Het gaat om de levens van 500.000 mensen, om mensenrechtenschendingen en om multinationals die het voortbestaan van een cruciaal natuurgebied bedreigen, maar het is nieuw voor ze. Zelfs voor geschiedenisstudenten, die onze kinderen onderwijzen over onze gedeelde Nederlandse geschiedenis.

Ik heb van mijn eigen leven geleerd hoe gevaarlijk stilte kan zijn. Door die stilte ben ik mijn vader verloren. Die stilte heeft me gemaakt tot wie ik vandaag ben: een inheemse activist op het gebied van zelfbeschikking en klimaat. Het houdt me iedere dag bezig, het is de reden dat ik dit verhaal iedere dag wil vertellen.

De politiek is stil. Al 59 jaar. Zelfs groene organisaties, waarvan je zou denken dat ze naast me staan, zijn stil. Hier gaat iets goed mis. Want hoe kan het dat Nederland zich inzet voor mensenrechten in Palestina, in Afghanistan, noem maar op, maar wegkijkt van hun oude kolonie? Hoe kan het dat Nederlanders niet beseffen dat ze betrokken zijn bij wat er daar aan de hand is? Hoe willen we het klimaat redden als we niet eens weten wat er aan de frontlinie van de strijd tegen klimaatverandering gebeurt? Hoe kan het dat mensen die zeggen te geven om het behoud van biodiversiteit, geen idee hebben van wat zich in Papoea afspeelt? Hoe kan het dat er gezwegen wordt over genocide en ecocide?

Er is niet naar ons geluisterd.

In rapporten van de UN IPPC staat dat 5 procent van de wereldbevolking bestaat uit inheemse volkeren. De wetenschap laat er geen twijfel over bestaan: hun levenswijze – onze levenswijze – heeft eraan bijgedragen dat ruim 80 procent van de wereldwijde biodiversiteit is behouden. Een klein aantal mensen is dus verantwoordelijk voor een gigantische hoeveelheid natuur. Dat is niet het minste gegeven: het is fundamenteel. In diezelfde gebieden, inheemse gebieden, vindt ruim 97 procent van de wereldwijde boskap door multinationals plaats. De echte klappen aan de aarde zijn 100 jaar geleden uitgedeeld, toen gebieden als de Papoea’s en de Amazone werden gekoloniseerd.

Aan deze cijfers zouden we conclusies moeten verbinden. Tel ze op en vind de goedkoopste en meest voor de hand liggende klimaatoplossing. Ja, de vervuiler moet betalen, maar bovenal: geef om de levens van inheemse volkeren. In de 10 jaar die de wetenschap ons geeft om het klimaatprobleem op te lossen is het voorkomen van boskap net zo belangrijk als C02-reductie. Als we in dit tempo blijven kappen in cruciaal inheems leefgebied, verliezen we ondanks de doelen die we stellen alsnog de wedstrijd in 2030 of in 2050. En als we inderdaad nog maar 10 jaar de tijd hebben om klimaatverandering tegen te gaan, moeten we beseffen dat we die extra 10 jaar te danken hebben aan de Papoea’s en de mensen in de Amazone die iedere dag hun leven op het spel zetten. Zo simpel is het.

Als er om onze levens was gegeven, hadden we deze klimaatcrisis niet gekend. Dan was er minder CO2 uitgestoten en hadden er meer bomen gestaan. Dan waren die cruciale ecosystemen intact gebleven omdat de beschermers van die ecosystemen er nog waren geweest.

Toch lag deze oplossing niet op tafel. En nóg niet. Kennelijk doen de levens van die 500.000 mensen in Papoea er niet toe. We lijken meer te geven om de uitstervende orang-oetan in spotjes van milieuorganisaties, dan om mensen. De meeste problematiek van deze tijd kun je herleiden naar deze grondoorzaak: de levens van zwarte en gekleurde mensen zijn niet belangrijk genoeg. Hoe kan het anders dat, bijvoorbeeld, één dode Amerikaan wereldnieuws is, maar dat ze hier niets weten van al die mensen die in Papoea worden vermoord? Dat is keihard institutioneel racisme.

Ik begrijp wel dat het in Nederland gaat over zonnepanelen, minder vlees eten en korter douchen, maar in Papoea gaan mensen dood. Green talks, black lives. Het is hier zo geprivilegieerd. Hier komen Black Lives Matter en de klimaatcrisis samen: dit is klimaatracisme. Daar kun je niets anders van maken.

Luister! Luister nou! Luister gewoon een keer naar wat wij nodig hebben en faciliteer dat voor ons!  Vul niet in maar stel vragen. Laten we er samen over nadenken. Begrijp me, alsjeblieft: het inheemse perspectief is fundamenteel bij de aanpak van de klimaatcrisis. Inheemse volkeren kunnen heel goed vertellen wat ze nodig hebben om te overleven. Dat hebben we eeuwen gedaan, tot onze leefgebieden werden gekoloniseerd. De wereld kan van inheemse volkeren leren hoe de natuur zichzelf redt, hoe bossen zichzelf conserveren. Dat is eeuwenoude kennis over de band tussen mens en natuur. Dat hoeven Nederlanders hén niet uit te leggen, dat moeten zij óns vertellen.

Onze organisatie, the Free West-Papua Campaign, heeft 1,8 miljoen handtekeningen verzameld. Als ambassadeur vertegenwoordig ik bijna 70 procent van mijn volk, de mensen in de frontlinie van de klimaatcrisis. Als ík vertel wat ik nodig heb, hoef je niet zelf met een plan te komen om de Papoea’s te helpen. Als je het inzicht en de kennis niet hebt, zeg ik: dan vertel ik het je nu. Als je daarna nog niet wilt bijdragen aan verandering, door stil te blijven en niet te willen faciliteren, ben je deel van het probleem.

Tegen politici zeg ik: geef het inheemse perspectief een markante plek in het verkiezingsprogramma. Bij ieder gesprek dat over klimaat wordt gevoerd moet er een vertegenwoordiger van inheemse volkeren aan tafel zitten, anders is het geen serieus klimaatbeleid te noemen. Je kunt pas spreken van klimaatrechtvaardigheid als de belangrijkste stakeholders aanwezig zijn bij de besluitvorming. Dat is exact wat er de afgelopen 100 jaar is misgegaan: het bedrijfsleven en de politiek zijn in Nederland twee handen op één buik. Wij zaten niet aan tafel, maar de CEO’s van multinationals wel. Zo heeft de destructie van cruciale ecosystemen kunnen plaatsvinden: hun technologie heeft ons kapot gemaakt. Nederland heeft een historische verantwoordelijkheid ten aanzien van alle destructie die werd en wordt veroorzaakt door Nederlandse multinationals, overal ter wereld. Er was ons als oude kolonie van Nederland vrijheid beloofd.

Simpelweg om de gevaarlijke stilte te doorbreken die zelfs aanwezig is bij een groene, progressieve partij, heb ik me aangesloten bij GroenLinks. Maar mijn kennis, het inheemse perspectief, werd ook daar niet meegenomen in het programma. Ik blijf het proberen: mijn stem moet gehoord worden binnen de partij. Iedere mogelijkheid die ik krijg, gebruik ik om mijn verhaal vanuit het inheemse perspectief te vertellen. Zo bereik ik een nieuw publiek.

Meer dan de politiek, neem ik het progressieve organisaties zoals Greenpeace en Milieudefensie kwalijk dat ze niet naar ons hebben geluisterd. Wie het heeft over systeemverandering, moet onderkennen dat hij zelf onderdeel is van het probleem, right? Ik heb het ze gevraagd: hoe kan het dat inheemse volkeren niet bij jullie aan tafel zitten om gezamenlijk beleid te maken, terwijl de wetenschap laat zien dat zij de beste beschermers van de biodiversiteit zijn? Ik moest ze wakker schudden. Het waren pittige gesprekken. Ze voelden zich aangevallen, en terecht. Ik ga met gestrekt been het gesprek in als dat nodig is.

Ik heb ze uitgelegd dat we een stoel aan tafel verdienen. Als je bij een milieuclub strategieën ontwikkelt, bijvoorbeeld over palmolieplantages in Indonesië, betrek mij er dan bij! Maak ruimte voor een perspectief waar jij de afgelopen 59 jaar niet over hebt nagedacht. Je voorkomt zo veel ellende door de mensen die er wonen, die mensen die lijden, mee te nemen in de besluitvorming over strategie en campagne. Ik bedoel: zoiets als die orang-oetan… ik vind het sneu, maar ik geef meer om mijn volk. Mijn kritiek is volledig legitiem. Zo vul je elkaar aan en doe je eer en recht aan iedereen. Dit is een handreiking. Leg mét ons de vinger op de zere plek, dan zetten we een klimaatverhaal neer waar je u tegen zegt.

We leren in Nederland hoe we raketten naar Mars kunnen sturen, maar we leren niet begrijpen dat wat er gebeurt in de Amazone ten grondslag ligt aan klimaatverandering. Met beperkte perspectieven wordt het heel moeilijk je nog in een ander te kunnen verplaatsen. Het lukt ons in Nederland zelfs niet om genoeg om anderen te geven om racisme aan te durven kaarten. Liever hebben we het er niet over. Laat staan over de zwarte levens in Papoea en in de Amazone. Dat onvermogen om naar elkaar te luisteren en om elkaar te geven zit verandering in de weg. Het is een verbindingscrisis.

Hadden we ons wel kunnen verplaatsen in de Papoea, in de mensen in de Amazone, hadden we geen racisme gekend. Geen verhitte pietendiscussie, geen Black Lives Matter-beweging wereldwijd, geen klimaatprobleem.

Het is geen hogere wetenschap. Het enige wat we hoeven te doen is het er over hebben. Als ambassadeur van mijn volk doorbreek ik de gevaarlijke stilte. Waarom lukt het mij wel? Waarom kan ik mensen wel overtuigen? Ik heb geen euro op zak, maar ik vertel míjn verhaal.

Wij, inheemse volkeren, kennen geen instituten. Wij leren van verhalen die van ouder op kind bij het kampvuur worden doorgeven. Zoals dat 100.000 jaar geleden ging, gaat het nog. Ik wil dat je je een Papoea voelt als ik je vertel over de onrechtvaardige systemen die ons koloniseren, uitbuiten en vermoorden. Dat is wat ik doe. En de kracht daarvan heeft zich de afgelopen jaren laten zien. Dit is waarom verhalen vertellen vanuit meerdere perspectieven potentie heeft. Het lukt mij, en er zijn zoveel mensen zoals ik! Moet je eens opletten wat er gebeurt als je ons een platform geeft.

Het is wel eens eenzaam, het gevoel dat er zo lang niet naar je is geluisterd. Maar zolang mijn volk lijdt, is iedere dag een kans voor mij om één persoon voor me te winnen met mijn verhaal. Ik hoop dat het me vandaag weer is gelukt.”

Dit leven is een mysterie
Arnold Ap, Raki’s vader, schreef zijn laatste lied in gevangenschap, terwijl hij wachtte op de dood. “We blijven het zingen”, zegt Raki. “Zijn woorden zullen nooit verloren gaan.”

Hidup ini suatu misteri

Dit leven is een mysterie

Tak terbayang juga tak terduga

Ik en mijn volk leven zonder vrijheid en ook zonder overzicht

Begini lah kenyataan hidup 

Zo is de werkelijkheid op dit moment van het leven

Aku terkurun di dalam dunya ku

Ik en mijn volk zitten gevangen in ons eigen leefwereld

Refrein:

Yang ku damba, yang kun anti, diada lain, hanya kebebasan

Mijn wens en hoop is niets anders dan de vrijheid

Andai sadja aku burun elang

Was ik maar een vogel, een adelaar

Terbang tingi, mata meyelusur

Die hoog kon vliegen en overzicht had

Tapi sayang, nasib burung sial

Maar helaas, mijn lot is dat ik een gekooide vogel ben

Jadi terkurun, di dalam dunya ku

Vervolgd, gevangen en gekortwiekt

Dit interview en de liedtekst verschenen eerder in het boek Jongeren. Klimaat. Nu. Manifest voor klimaatrechtvaardigheid. In deze uitgave van Lemniscaat en Jongeren Milieu Actief laten wetenschappers, journalisten en activisten zien dat de politiek nú haar verantwoordelijkheid moet nemen. Het is te koop in boekwinkels en online te bestellen. Bijvoorbeeld via jma.org/jongeren-klimaat-nu

bron: https://downtoearthmagazine.nl/raki-ap/

Free West Papua Campaign Nederland